home

vido?

archief

email

Vido's FilmZine

-elke werkdag een film-

(arthouse, classics, cult, Hollywood)

week 14

woensdag 4 april 2007

The Way To Fight (Miike Takashi, 1996) dvd
Tetsuo II: Body Hammer (Shinya Tsukamoto, 1992) dvd
Voorheen was muziek voor mij het ideale middel om me af te kunnen reageren. Het liefst op flink volume draaide ik, wanneer nodig, Christbait Rising van Godflesh, Kerosene van Big Black, een track van Ministry of het volledige album Hear Nothing, See Nothing, Say Nothing van Discharge. Succes verzekerd. Maar wat als muziek op een tweede plaats is verschoven en film moet dienen als substituut? Wat is het cinematografische equivalent van de afreageerplaat? Ik denk de remedie gevonden te hebben bij de Japanners. De eerste film die ik onlangs uitprobeerde, en geheel op goed geluk op titel uitkoos, stelde uiteindelijk nogal teleur. In The Way To Fight (Miike Takashi, 1996 - officiŰle titel: Kenka no hanamichi: Oosaka saiky˘ densetsu) vindt het grote gevecht pas plaats in de slotfase. Tot die tijd volgen we de hele film lang de studenten Kazoyoshi (Ky˘suke Yabe) en Takeshi (Yasushi Kitamura). Beide jongens zijn de beste vechters op hun respectievelijke high schools te Osaka en het wordt tijd voor een duel om uit te maken wie de sterkste student van de stad is. Door allerlei onvoorziene omstandigheden lukt het de jongens maar niet tot een beslissende confrontatie te komen. Het eerste gevecht gaat niet door omdat de twee kemphaantjes elkaar de hele dag door misverstanden steeds mislopen. Als het finalegevecht eenmaal zover is, gaan de twee lachend met elkaar op de vuist, omringd door vrienden en kennissen die ook vrolijk knokkend over de grond rollen. Het gevecht werkt voor hen louterend, maar als kijker had ik na afloop een minder bevredigd gevoel.

De beste Japanse afreageerfilmer is voor mij toch Shinya Tsukamoto. Vooral zijn vroege werk is zeer geschikt om de vuisten bij te ballen en de adrenaline vrijuit te laten stromen. In dezelfde week als The Way To Fight zette ik Tetsuo II nog 's een keer op. De plot is heel simpel: Yatsu (met een kunstmatige hazenlip gespeeld door de regisseur zelf) kweekt machinemensen. Hij is op zoek naar een geschikte kandidaat om zijn schepping te perfectioneren en vindt die in de doorsnee salaryman Taniguchi (Tomorowo Taguchi). De enige methode om de geheime krachten van Taniguchi op te wekken is door hem heel erg kwaad te maken. Duistere handlangers van Yatsu tarten Taniguchi door diens zoontje te ontvoeren en het kind uiteindelijk voor de ogen van beide ouders te laten opblazen (met ongewilde hulp van Taniguchi's groeiende krachten). Dan ga je vanzelf wel over de rooie. De krachten van de gevangen Taniguchi blijken in het laboratorium van Yatsu echter zo sterk dat ze niet te controleren zijn. De salaryman verandert letterlijk in een afzichtelijk metalen wraakmachine, armen uitvergroot en omgevormd tot kanonnen. Net als de monsters in de filmserie Alien kruipen geweerlopen zelfs uit Taniguchi's torso. De marathon kan deze uit zijn voegen groeiende stalen kolos niet meer rennen, maar vernietigend om zich heen schieten kan hij als de beste. Begeleid door stampende cyberpunk schiet de mensmachine alles overhoop dat als dreigend wordt ervaren en slokt hij elke ziel op die hem en zijn gegijzelde vrouw bedreigt. Daarbij vergeleken is de atoombom niet meer dan een rotje met een vochtig lontje. De zo kenmerkend fysieke, rusteloos dynamische filmstijl van Shinya Tsukamoto laat me uitgeput achter en bevrijd van elk agressief gevoel.


[home] - [vido?] - [archief] - [email]