home

vido?

filmarchief

archief

email

Vido's FilmZine

(archief)

2006

Het goede en het kwade tijdens het 21ste Amsterdam Fantastic Film Festival


Over het aangrijpende anatomiedrama Vital en het sprookjesachtige Innocence schreven we al eerder. Saw is ondanks een irritant luid dreunende soundtrack, het vele knipogen richting Se7en en een ongeÔnspireerde Danny Glover een fijne adrenalinestoot. Bij A Tale of Two Sisters is het gegeven mij te uitgekauwd (zie punt 8). Dan blijven twee films over. Binnen 24 uur zag ik tijdens het Amsterdam Fantastic Film Festival (AFFF) zowel een van de beste als een van de slechtste films. Nothing van de Canadees Vincenzo Natali was bij voorbaat geslaagd, lekker gemaakt als ik was door de genrekenners van Schokkend Nieuws die de titel al menigmaal omringd door superlatieven lieten vallen in hun lijstjes en artikelen. Meestal hebben ze het bij het rechte einde, zoals ze bewezen bij films als Identity en Bubba Ho-tep. Het niets in de titel Nothing verwijst naar het oneindige wit. Expres hield de organisatie van het AFFF voor aanvang van de film het witte doek onbedekt, zodat de bezoekers alvast konden wennen. De boezemvrienden Dave (David Hewlett) en Andrew (Andrew Miller) haten werk, valse vriendinnen, overijverige padvinders, sloopbedrijven, het stadsbestuur en het leven zo erg, dat ze tijdens een noodsituatie in het diepst van hun hart wensen dat de hele wereld totaal verdwijnt. Hun wens wordt verhoord en vanaf dat moment moet het kibbelende duo (een zojuist ontslagen kantoorklerk en een man met pleinvrees) hun verdere leven zien te slijten in complete leegte. Op hun bouwvallige onderkomen na is het universum opgelost in oogverblindend wit. De regisseur van Cube weet ondanks het minimale gegeven en dankzij het vrolijke over-the-top spel van zijn twee acteurs constant te verrassen, zelfs tot na de aftiteling. Nothing is verwant met het absurdisme van bijvoorbeeld Being John Malkovich, maar dan in meer extreme mate. Dat Nothing nog steeds geen uitgebreide bioscooproulatie heeft gehad, is waarschijnlijk te wijten aan het feit dat in de film sterren ontbreken.

Ook in de slechtste film op het AFFF is geen bekende acteur te bespeuren. Tamara van Jeremy Haft moet het doen met een handjevol kleurloze soappersonages. De film mist naast aansprekende karakters nog meer: een solide verhaal en inventieve plotwendingen, maar vooral geslaagde griezel- en schrikmomenten, wat voor een horrorfilm best wel sneu is. Scenarist Jeffrey Reddick (Final Destination) deed een poging tot een hedendaagse Carrie. De Carrie in deze film heet Tamara (Jenna Dewan), een bibberig, in morsige kleren gestoken latino-meisje dat boeken over hekserij leest en stiekem verliefd is op haar leraar Engels Bill (Matthew Marsden). De eerste, nogal vurige ontmoeting tussen Tamara en de docent blijkt een droom te zijn (een flauw trucje dat de Reddick zelfs een tweede maal durft toe te passen), want docent Bill is gelukkig getrouwd met zijn Sheila (Claudette Mink). Hij heeft weinig behoefte aan een avontuurtje met een leerling. Thuis, buiten het oog van haar alcoholische vader, wil Tamara met een duistere ceremonie alles en iedereen uitroeien die haar liefde in de weg staan. I'll make him love me, zegt ze overdreven tegen de camera en het publiek in Cinerama 1 proest het uit. Tamara staakt haar ceremonie op het allerlaatste moment, vlak voordat ze haar bloed over de pagina's van het heksenboek laat druppelen. Bloed zal toch vloeien, want enkele klasgenoten nemen haar te grazen als wraak op een voor hen nadelig artikel dat ze heeft geschreven over dopinggebruik tijdens schoolsportactiviteiten. Tamara overleeft het geintje niet en de zes studenten begraven het lijk van Tamara in het bos, onwetend dat de ongelukkige leerling de bladzijde met de vloek tegen haar bebloede dode lichaam houdt. Tot grote schrik van de daders stapt Tamara een dag later doodleuk het klaslokaal binnen, ditmaal gekleed als een sensuele vamp en met het voornemen om zelfs als levende dode meester Bill voor zich te winnen.

Het perspectief van de film verplaatst zich van Tamara naar haar slachtoffers wat niet zo slim is, want dat zijn vrij nare en op zijn minst oninteressante personages. Dat ze nu stuk voor stuk het leven laten, laat de kijker helemaal koud en voor het wandelende spook is het ook moeilijk sympathie op te brengen. Het titelpersonage heeft overigens op onverklaarbare wijze meer toverkracht gekregen dan in de gebruiksaanwijzing van het heksenboek staat - slechts door een enkele aanraking kan ze de gedachten van haar slachtoffers lezen, ze hypnotiseren en ze aanzetten tot akelige daden. Zelfmutilatie is een van haar favorieten. Zelfs zonder iemand aan te raken zorgt ze bij een enkeling voor hallucinaties. Alles lijkt mogelijk in het falende scenario. Stuk voor stuk worden de daders slachtoffer van Tamara's wraak. Ze is alomtegenwoordig, slagvaardig en effectief, maar desondanks laat ze vreemd genoeg sommige zaakjes door gehypnotiseerde anderen opknappen zodat het toch nog verkeerd voor haar afloopt. Aan het slot van de film wordt veel gerend door slecht verlichte hallen en de catacomben van een ziekenhuis, waarbij onderweg in de ziekenhuiskeuken bruikbaar hak-, snij- en zaaggerei ligt te wachten (scherpe messen te over, maar de potentiŽle slachtoffers kiezen om onverklaarbare reden voor een pan (!) als verdedigingsmiddel).

Goed en kwaad worden in Tamara heel zwart-wit tegenover elkaar gesteld en als ik me niet vergis is de boodschap van de film dat je maar beter een goed mens kunt zijn. Het meest goede van allemaal is meester Bill die, na een knipoog richting Sheila, zijn vrouw beschermt door zichzelf op te offeren. In plaats van afschuw en medeleven kan hij in de filmzaal enkel op schaterlachen rekenen. Niet voor niets belandde Tamara helemaal onderaan de publiekspoll van het AFFF.


[home] - [vido?] - [filmarchief] - [archief] - [email]